Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden over geldzaken en in 1655 toen Cats op zijn 78ste jaar moeite deed om Raadsheer in het Hof van Holland te worden, eene plaats die Huygens voor zijn oudsten zoon begeerde.1 Die laatste verkoeling had invloed ook op Huygens' oordeel over Cats als dichter, zooals blijkt uit dezen indruk van de lectuur van Cats' verzen :

Met ick aen 't Lesen kom, ben ick het lesen sat:

Het heele Boeck van Cats is Ick en weet niet wat. 2

Maar van blijvenden aard is deze ontstemming niet geweest. Drie jaar later zendt Huygens Cats een nieuwjaarsdicht (misschien met een exemplaar zijner Korenbloemen) dat eindigt:

Veel gelucks in 't Nieuwe jaer,

Aller dicht'ren Bestevaer.

En in datzelfde jaar schrijft hij een lofdicht „op de wercken van de Heere J. Cats" waarin hij de lezers opwekt:

Hangt tot uw leste geit aen desen Swaenen-sang,

Daarvan ghij 't soet beghinn schier een' halv' Eewe lang

Met even soo veel vruchts als vreughds hebt hooren klincken. s

Met belangstelling verneemt h\j dat Cats begonnen is aan zijn Twee-en-tachtigjarig Leven; hij heeft slechts ééne vrees: dat de dood hem zal verhinderen dit Leven te voltooien. Toen die vrees eenige maanden later werkelijkheid was geworden, luidde Huygens den Heer van Zorg-

1 Vgl. Jorissen t. a. p. bl. 22;i noot 1 en Ged. V, 245—240.

2 Ged. V, 245.

' Ged. VI, 242.

Sluiten