Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betoog, dat Huygens, evenmin als een hedendaagsch auteur, alle schrijvers zal noemen, die hij waardeert of bewondert, aan den anderen kant zal het toch wel geoorloofd zijn, eenige gevolgen te trekken uit eene volledige of ten naaste bij volledige lijst van zulke auteurs, in verband gebracht met schrijvers, die op de lijst niet voorkomen. 1

Dat wij van Grieksche literatuur zooveel minder gewag gemaakt vinden dan van de Latijnsche, is te verklaren niet zoozeer uit Huygens' persoonlijkheid als uit den geest zijner eeuw, want bijna overal geeft men aan de Latijnsche literatuur den voorrang. Homerus wordt wel genoemd en zelfs toont Huygens, in 1623 wel gevoel voor de Homerische epitheta, die in eene Latijnsche vertaling soms zulk een dwazen indruk maken en die toch „in haar eerste maecksel soo voll aerdighe defticheits steken." Maar van Homerus heeft hij nooit iets vertaald, of hij moet den Muis-eii-Kikvorsch-Krijg voor het werk van Homerus hebben gehouden. Heeft hij dat gedaan, dan is dat slechts een nieuw bewijs voor de bovenstaande beschouwingen over zijn smaak in poëzie.

Virgilius is een dichter naar zijn hart; van de Aene'is heeft hij een paar maal getracht een stuk te vertalen en hij verdedigt zich met warmte tegen Isaac Vossius, die hem blijkbaar verweten had, dat hij niet veel voor Virgilius voelde, omdat Huygens eenige matte verzen in diens werk had aangewezen. Horatius, Ovidius, Martialis

1 Ik heb hier natuurlijk niet het oog op de schrijvers , die H. heeft aangehaald, want hij had zoowat alles gelezen; maar alleen op de auteurs, die hij heeft bewonderd en, al of niet, vertaald.

Sluiten