Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het genre der woordspelingen niet meer in die mate de aantrekkelijkheid van het nieuwe heeft als voor onze voorouders der 17de eeuw, zullen over die stukjes vaak een ander oordeel vellen dan zij, zullen ze hooger of lager stellen naar mate van de meerdere of mindere geestigheid die wij er in waardeeren.

Woordspelingen als Susanne en Sus Anne; uitgelezen en uitgelezen boeken, üytnemend en uytnémend maken op ons weinig indruk meer. Zoo is het ook met eene woordspeling op het woord vol in een stukje als het volgende:

Jan, droncke Jan, spreeckt mij om geld soo doll aen,

Alsof het mij het leven kosten sou,

Soo ick 't niet strax en schudde uyt de mouw.

Vergeeft my Jan, ick sagh u niet voor voll aen.1

Andere echter zijn beter:

»Een dief," riep Jan, »aen 't venster, hoe!

»AII soetjens daer, hoe gaet dat toe?"

Met is de dief met broeck en mantel doorgeloopen.

Het hadd een beter vraegh geweest: hoe gaet dat open?

Het bekende stukje op Prins Willem II voor Amsterdam :

Hoe quam 't dat Amsterdam soo gram was,

En waerom was 't niet voor den Prins?

In seven woorden gaet veel sins:

Omdat de Prins voor Amsterdam was.

Dit stukje, met het opschrift Woll:

De Beestjens onder all 't viervoetighe geschapen Die niemand leed en doen, ontneemt men huijt en haer:

En 't en is maer half werck : eerst steken w' ons in haer, Dan steken w' haer in ons; dat 's heel werck: Arme schapen.

I Hier als elders heb ik, ter wille van de verstaanbaarheid, wel eens eene onbeteekende verandering gebracht in Huygens' interpunctie of spelling.

10

Sluiten