Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ol> EEN WIEGH.

Wij woelen sonder end voor kinderen en erven,

En 't gaet ons in 't gewoel gelyck 't gewiegde kind; Wij woelen ons in slaep door allerley bewind 1 En vallen moe daer heen met d'oogen toe en sterven.

Af.n de jeugd.

Besteedt den dieren tijd

Van dagen en van nachten,

Terwijl ghij in uw krachten En onversleten zijt.

Het schijnt, jong en ervaeren En is niet wel te paeren;

Maer 't is een valsche schijn:

Men kan wel jong van jaren En oud van uren zijn. *

Indien men beweert, dat verstand, vernuft, geest, voorname eigenschappen zijn van Huygens' poëzie, dan is daarmede natuurlijk niet gezegd, dat het gevoel er afwezig is, dat poëzie van hooger soort dan die welker wezen vooral in geest en vernuft bestaat, bij hem te vergeefs wordt gezocht. Zeker Huygens heeft veel meer verdienstelijke, aardige, boertige, vernuftige, geestige, dan mooie verzen geschreven, doch ook vrij wat verzen, die door de meerderheid der ontwikkelde lezers, ook door de hoogst ontwikkelden onder hen erkend zullen worden als goede of mooie poëzie. Behalve de reeds aangehaalde wijs ik op verzen zooals deze uit Een wijs Hoveling over afgunstigen :

Dat's 't ruggeling gewin van nijdige gesellen,

Die door hun wiggelen, ver van den boom te vellen,

' Bemoeienis.

J Ged. VII, 301. De overige aangehaalde stukjes in het ernstig genre Ced. V, 150, 302; VI, 6-7; VII, 34, 279.

Sluiten