Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Oogentroost kan men bezwaarlijk een ander plan ontdekken dan wat daarvan blijken raag uit vs. 131—132:

Mij maelt een lange lijst van blinden in het hoofd.

Sy moeten d'er eens uyt.

Inderdaad, iets anders dan een lijst van blinden geeft dat gedicht ons niet, al is het waar dat vele posten op die lijst verdienstelijk mogen lieeten; maar ook hier blijkt dat Huygens' kracht meer ligt in de ontleding dan in de samenstelling. Aan het samenstel van een gedicht zal hij trouwens niet zooveel waarde gehecht hebben; in allen gevalle heelt hij zich nooit door de gedachte aan den bouw van een zijner werken laten weerhouden, indien hij behoefte gevoelde of ook slechts neiging om over een of ander onderdeel uit te weiden.

Hij zelf was zich zeer wel bewust ook van dezen karaktertrek, gelijk hij in zijn Cluys-werck heeft erkend:

Waer ben ick? uijt mijn pad: dat 's een van mijn gebreken:

Mijn selven, wit en doel uyt yver t' overspreken. i

In een gedicht, vóór Hofwyclc geplaatst, vergelijkt hij den rijmer die het oog houdt gericht op een bepaald onderwerp bij een schipper die onder zeil gaat naar zekere kust; hij meent dat hij roer en schooten in zijne macht heeft, maar zijn gebrek aan zeemanschap brengt hem telkens uit den koers:

Soo lymtmen dan voort aen en raeckt van Oost in West Van 't Zuyden in het Noord; totdatm' in 't lieve lest

Ged. VIU, 319.

Sluiten