Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Een wettige bedienaar brengt het toe aan God. Christus zelve immers is de voornaamste Offeraar, in wiens plaats zijn „levend werktuig", de tot Zijn dienst verkoren Priester, het offer opdraagt.

d. De bestemming is de algemeene huldiging, uitsluitend van Gods oppermajesteit.

Toch wordt er vaak een h. Misse opgedragen „ter eere van een Heilige." Evenwel wordt zij dan niet aan een Heilige zeiven toegericht, want alleen aan God kan het h. Offer — dat een daad van „aanbidding" is — worden gewijd. Maar men heeft dan te verstaan, dat wij :

a. God onzen dank brengen voor de genaden aan den glorierijken Getuige des geloofs geschonken, en om „ons zeiven, met S. Augustinus, aan te vuren tot een dapperen strijd voor de zegekroon, gelijk hij ons leerde, wiens levensdaden wij ons dan herinneren".

b. De hulp van diens vermogende voorspraak bij het h. Misoffer afbidden en inwachten.

Is de h. Misse een offerande, in nog meer bepaalden zin, is zij de wondervolle vernieuwing van die des Kruises ; naar aard en wezen zelfs geheel en al deselfde offerdaad. Immers, hier wordt dezelfde offergave opgedragen, namelijk Gods Zoon, Jezus Christus ; ook dezelfde Offeraar vervult die goddelijke handeling, namelijk de Zaligmaker, door middel van zijn „plaatsbekleeder", den priester; want „dezelfde Christus is de Priester, naar de belijdenis van den H. Ambrosius, en dezelfde is ook het offer." Offerlam en Offerpriester, aan het kruis zoowel als aan het altaar, beiden zijn Jezus, onze goddelijke Redder. „Zoo gij dan den priester de h. Misse ziet opdragen, weet dan, zoo leert de H. Chrysostomus, dat Christus' handen onzichtbaar zijn uitgestrekt, om dit h. Offer te voltrekken."

Sluiten