Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch duldt Jezus den ondank der menschen: onverschilligheid, koelheid, oneerbiedigheid, ontheiliging zelfs en roof. d. De wonderen der liefde van Christus! Immer (J) is en blijft Hij ons tegenwoordig, in weerwil zijner door ons niet te bevroeden, eindelooze vernedering, verlangend zelfs om in te gaan in het harte van allen, die Hem zoo vaak door zonden hebben beleedigd.

Als verdwenen zijn hier zijne goddelijke heerlijkheid en macht. Hij bezit voor 's menschen blik noch schoonheid, noch omvang, zelfs geen zichtbare gestalte meer. Niets, niets bleef er voor ons waarneembaar van zijne majestueuze Goddelijkheid, onder dat hulsel der nederigste nederigheid, dat Hij zich uitkoos in de h. Misse, opdat Hij een waardig offer zou wezen voor zijn hemelschen Vader. Hier, en bij iedere h. Misse weer opnieuw, doet Hij afstand zelfs van eenig zichtbaar, levend en werkend bestaan; tot levenlooze spijze schijnt geworden het van goddelijke Schoonheid gedrenkte Lichaam des Heeren. Niets wil Hij zijn, om allen alles te worden!

,,Op het Kruis verborg Hij zijne Godheid, zoo zong St. Thomas, de Engel-Leeraar, maar hier op het altaar verbergt Hij zijne menschheid mede."

Telken dage worden op iederen tijd en iedere plek van het groote wereldrond die wonderwerken der goddelijke Almacht, Wijsheid en Liefde voltrokken. Zoo houdt in hare h. Missen de Kerk van Christus haren goddelijken Stichter, Heiland en Pleitbezorger opgeheven in het midden van hemel en aarde als een reddings-offer van ver-

(i) „Daar er ongeveer 200.000 katholieke priesters zijn, treden er ieder oogenblik twee of drie priesters op het altaar." M. Waldeck. Lehrb. derKath. Relig. Freib. 1905.

Sluiten