Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 DE EPISTEL.

Meestentijds een fragment uit een „brief" van een der Apostelen fSt. Paulus vooral) of van de „Handelingen der Apostelen", somwijlen uit het O. T. van profeten of patriarchen. De gevoelens hieruit ontstaan, worden neergelegd in een der dikwerf aan de psalmen ontleende beurtzangen, welke de beteekenis van den liturgischen vierdag volgen en daarom met dezen steeds veranderlijk zijn. Zij dragen de namen van: graduale, alleluja (1), tractus, sequentia, (2) en verbinden in den mis-ritus den Epistel aan het Evangelie.

Vóór het missaal naar de evangelie-zijde wordt gedragen, bidt de priester in eerbied voor „Gods woord", dat Hij hem lippen en hart verreine tot het waardig naspreken van

8. HET EVANGELIE.

Na den gebruikelijken zegengroet tot het volk: Dominus vobiscum De Heer zij met u

D. Et cum spiritu tuo En met uwen geest,

wordt liet ingeleid met den aanhef:

Sequentia sancti Evan- Vervolg van het H. gelii secundum .... Evangelie volgens ....

De pr. maakt het kruisteeken op de zooeven gesproken woorden, hiermede aanwijzend, dat het Evangelie, naar des apostels belijdenis in waarheid is, het „woord des kruises". Ook het volk teekent zich gelijk zijn priester door het Evangelie-kruis, met den duim op voorhoofd, mond en

(!) Deze vreugde-uiting wordt uiteraard b. v. in de Vasten- en rouwmissen niet vernomen.

(*) Oudtijds waren er tallooze sequentia; Paus Pius V beperkte hun aantal tot de vijf meest beroemde: (Victimae paschali; Veni sancte spiritus; Lauda Sion; Stabat Mater; Dies irae.) Uitnemend is het werk van Dr. N. Gihr, Die Sequenzen des römischen Meszbuches. Freiburg, 1901.

Sluiten