Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordig, korter psalmvers of antifoon-gebed de herinnering onderhoudt in het steeds verwisselende:

OFFERTORIUM.

De priester zal het offerbrood opdragen: hiertoe heft hij de pateen, waarop de hostie rust, omhoog tot den God, „die in de hemelen woont", en zegt bij de

OFFERANDE VAN HET BROOD.

Aanvaard, o heilige Vader, almachtige, eeuwige God, deze vlekkelooze offergave welke ik, uw nietwaardige dienaar, aan U mijn levenden en waarachtigen God aanbiede voor mijne tallooze zonden, beleedigingen en nalatigheden, voor allen hier aanwezigen, en tevens voor alle de christen geloovigen, voor de levenden zoowel als de afgestorvenen: opdat zij mij en hun tot heil moge

gedijen ten eeuwigen leven. Amen.

De Priester biedt dus zijn offer ook voor de „aanwezigen" aan. Is het niet de krachtigste aansporing voor den katholiek, om zoo vaak mogelijk, om iederen dag, tegenwoordig te komen bij Jezus' Offer, dat ook voor zijne belangen pleiten zal bij God, den hemelschen Vader ? O, zoo men de onschatbare waarde der h. Misse gevoelde!

Suscipe sancte Pater, omnipotens aeterne Deus, hanc immaculatam hostiam, quam ego indignus famulus tuus offero tibi Deo meo vivo et vero, pro innumerabilibus peccatis et oftensionibus et negligentiis meis et pro omnibus circumstantibus, sed et pro omnibus fidelibus christianis vivis atquedefunctis: ut mihi et illis proficiat ad salutem in vitam seternam. Amen.

De plaats der corporale, waar de priester de zooeven

Sluiten