Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk onze hulpbehoevende menschelijke natuur — en niet de wijn, door den priester gezegend (!).

d. Aan een krachtig verlangen naar een innige, nooit meer te scheiden vereeniging met onzen goddelijken Offeraar, — naar de uitvoerige mededeelingen, reeds van Justinus en Cyprianus — waarnaar wij, zwakke menschenkinderen, moeten streven, volgens het bezielde woord van den Apostel: „Ik leef, maar niet ik, maar Christus leeft in mij."

Is dan het water met den wijn vereenigd, dan biedt de priester dezen offerdrank den hemelschen Vader aan door den kelk ten hooge te heffen en te bidden bij de OFFERANDE VAN DEN WIJN.

Offerimus tibi, Domine, Wij wijden U toe, o

calicem salutaris, tuam de- Heer, den kelk des heils en precantes clementiam : ut in smeeken uwe goedertierenconspectu divinae Majestatis heid, dat hij voor het aantuae pro nostra et totius gezicht uwer goddelijke mamundi salute cum odore jesteit, ons en der geheele suavitatis ascendat. Amen. aarde ten heil, in geur van

behagelijkheid moge opstijgen. Amen.

Doch bij de toewijding dezer „uitwendige gaven", behoort bovenal een „inwendig offer" van het eigen hart, gelijk weleer de drie jongelingen, biddend in den vuuroven, te midden der loeiende vlammen, aan ons hebben geleerd. Aan hun schriftuur-gebed het zijne ontleenend, bidt de pr.:

In spiritu humilitatis Laten wij zeiven, o Heer,

et in animo contrito susci- in den geest van ootmoed

(*) In de rouw-missen worden de benediktie noch hier, noch aan het einde der Misse gegeven, daar zij symbolen zijn van den zegen aan de levenden geschonken.

Sluiten