Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarenboven wordt hier het zuiveren „der vingeren" (tegenover dat „der handen"), naar de symbolieke voorstelling van Dionysius, als het uitwisschen, ook der lichtste zondesmet (l), door St. Thomas verklaard. Onderwijl bidt de priester den 25en psalm met diens toepasselijken aanvang:

Lavabo interinnocentes manus meas: et circumdabo altare tuum, Domine.

Ut audiam vocem laudis: et enarrem universa mirabilia tua.

Domine, dilexi decorem domus tuae, et locum habitationis gloria: tuae.

Ne perdas cum impiis, Deus, animam meam, et cum viris sanguinum vitam meam.

In quorum manibus iniquitates sunt: dexteraeorum repleta est muneribus.

Ego autem in innocentia mea ingressus sum: redime me, et miserere mei.

Pes meus stetit in directo: in ecclesiis benedicam

Ik zal wasschen mijne handen met de schuldeloozen en in rondgang zal ik gaan om uw altaar, o Heer, opdat ik verneme de stemme van lofprijzing en verhale van alle uwe wonderdaden.

Ik heb de pracht van uw huis bemind, o Heer, en de plaats,waar uwe gloriewoont.

Laatmijnezieldanniet te grondegaan,oGod,metde gewetenloozen noch mijn leven met de mannen des bloeds.

In wier handen euveldaden zijn, wier rechterhand gevuld is met de prijzen der boosheid.

Doch ik heb gewandeld in mijne onschuld, verlos mij en erbarm u mijner.

Mijn voet heeft gestaan op den rechten weg! U, o

(i) In geschiedkundige toepassing, zinspeelt het „Lavabo" op de handwassching van Pilatus bij de betuiging van Jezus' onschuld en ook op de ootmoedige voetwassching door den God van nederigheid zeiven verricht.

Sluiten