Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liturgische stilte het eindeloos, alles verdurend geduld van het „Lam, dat ter slachtbank geleid werd"; want naar de eenparige liturgische meeningen, — door Paus Innoc. III zeer breed ontwikkeld — is „de Canon de mystieke voorstelling van het lijden onzes Heeren" (repraesentatio passionis Domini). Hierom hield ook oudtijds de priester gedurende den geheelen loop des Canons de armen in kruisvorm uitgestrekt, waardoor hij in persoon en houding den Goddelijken Gekruiste (*) symbolisch afbeeldde. Tot dezelfde herdenking wekken tevens de vele kruisen!*) op, die de priester voortdurend vormt; welke ceremoniën beduiden, dat hij

a. of aan de stoffelijke offerspijzen, vóór de konsekratie, zijn priesterlijken zegen schenkt,

l>. of zijn eerbied, liefde en geloof, nu reeds betuigt, aan dien goddelijken Heiland, welke weldra, na de konsekratie, op den altaar onder ons verschenen zal zijn. (:t)

De vijf volgende gebeden vormen de naaste voorbereiding hiertoe.

Weder wendt zich de priester het eerst tot God den hemelschen Vader, door Christus, den hoogsten, goddelijken Offeraar, terwijl hij spreekt het — in drie geledingen gedeelde — „offergebed", aanvangend met het

(') Diaken en subdiaken plaatsen zich achter den priester: symbool van het vluchten der apostelen bij het lijden des Heeren.

(2) Over de kruisen zie men bladzijde 33. Door S. Thomas (Summa 3. 83. 5) worden de mis-kruisen in negen kategorieën verklaard.

(3) Volgens eene, niet verplichtende bepaling moet er vóór de konsekratie een derde, de zoogenaamde sanctus- of konseiratiekaars worden ontstoken, welke de komst of de aanwezigheid van Christus, het „Licht des Hemels" figuurlijk — tot na de kommunie — afbeeldt.

Sluiten