Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aandringend smeekt de priester: hij verheft handen en oogen tot zijn God; doet beide weer dalen; buigt zich diep ter neer; doet de in gebedvorm gevouwen handen op den altaar rusten; strekt ze later weer ten hemel uit; teekent vervolgens de offerspijzen met het kruis. Het zijn alle zichtbare symbolen van gebed en van wijdenden zegen.

Na die liefdevolle verzuchtingen voor de geheele broederschap — voor de gansche, „katholieke" Kerk in haar onbegrensden omvang — houdt de priester zijn „memento", voor wien het h. Offer wordt opgedragen, voor de vele hem dierbaren ('), voor allerlei belangen, ook voor zich zeiven en de aanwezigen, de medeofferaars van zijn priesterlijk sakrificie in het:

GEBED VOOR DE LEVENDEN.

Memento, Domine, fa- Gedenk, o Heer, uwe mulorum, famularumquetua- dienaren en dienaressen N. rum N. & N., & omnium en N. en allen, hier aancircumstantium, quorum tibi wezigen, wier geloof door fides cognita est, & nota U gekend en wier godsdevotio: pro quibus tibi of- vrucht U niet verborgen is, ferimus, vel qui tibi offerunt voor wie wij dit prijsoffer hoe sacrificium laudis, pro opdragen of die dit zelve se suisque omnibus, pro re- aanbieden voor zich en voor demptione animarum sua- al de hunnen, voor de redrum, pro spe salutis & inco- ding hunner zielen, voor de lumitatis sua:, tibique red- verwachting van hunne (2) zadunt vota sua a^terno Deo, ligheid en van hun behoud

(!) In de eerste tijden waren zelfs dyptieken, kleine iweebladige tafeltjes in gebruik, waarop naamlijsten van levenden en gestorven waren geschreven, die de celebrant in den Canon herdacht. Zij werden te dezer plaatse door den diaken aan het volk voorgelezen.

(2) ,,Zaligheid" heeft betrekking op de eeuwige goederen, „behoud" op de tijdelijke en lichamelijke.

Sluiten