Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij is, tot plaatsvervanger van zijn goddelijken Zaligmaker; of, naar de meer verheven uitdrukking van St. Thomas: „hij spreekt in den persoon van Christus zeiven" (formaliter, significative). Was Christus de eenige Offerpriester bij het Laatste Avondmaal, thans is Hij de onzichtbare Opper-Offeraar, die zijn wondervol sakrificie, door hand en mond van zijn zichtbaren dienaar, den Priester, opdraagt.

„Hij zelf Aertspriester is,

En offert door stadthouders op der aerde". waarmee Vondel zich op St. Ambrosius kon steunen: „Het is Christus zelve, welke hier door zijn priester, de sakramenteele woorden zegt". De persoon van den priester verdwijnt, de plaatsvervanger des Heeren handelt. Nu zal het ook duidelijk zijn, waarom de Kerk aan deze verhevene ceremoniën niet het karakter van een harer roerende gebeden leende, maar dat van een heilig, een goddelijk drama: deel voor deel nabeeldend die eerste Konsekratie van den hoogen Opper-Offeraar in de zaal van het Laatste Avondmaal. Want de priester neemt — gelijk Christus zelve nam — het brood in zijne handen; heft ook zijne oogen ten hemel; zegent eveneens de offer-hostie en spreekt dezelfde, hoogheilige woorden van Christus na. Kortom, hij herhaalt in alles de offer-handeling van zijn goddelijk Toonbeeld, en konsekreert, in den naam zijns Heeren, het brood tot het godmenschelijk Lichaam des Verlossers.

Christus is tegenwoordig op den altaar! De priester is de eerste, die in aanbidding nederknielt en zijn dierbaren Meester de volle hulde brengt als zijn God. Achtergebleven is slechts de gedaanteschijn van brood, omhullend met een mystieken sluier de stralende schittering van den God der onsterfelijke majesteit. Dan hejt hij de heilige Hostie tot het volk omhoog:

Sluiten