Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder beide gedaanten — onder den slechts uitwendigen vorm van brood en wijn — rust de Christus thans op zijn altaar, met goddelijke en menschelijke natuur, met ziel en lichaam; niet meer lijdbaar gelijk weleer, maar glorieus, gelijk Hij in den hemel verheerlijkt wordt aanbeden.

Vóór de priester die heilige sakramenteele woorden der Konsekratie spreekt, reinigt hij duim en wijsvinger der beide handen, hetgeen kerkelijke schrijvers als een vermaning tot de geestelijke reinheid des priesters verklaren. Want „hoe zuiver moeten die handen zijn, zoo zegt Thomas a Kempis, hoe rein die mond, hoe heilig dat lichaam, hoe smetteloos dat hart van den priester, tot wien de Schepper der zuiverheid zoo dikwerf binnengaat".

Dan zegt de Plaatsvervanger van den Godmensch de krachtwerkende woorden der h. Konsekratie, welke luiden :

Qui pridie quam patere- Die aan den vooravond

tur, accepit panem in sanctas van Zijn lijden, het brood ac' venerabiles manus suas: nam in Zijne heilige en eer-

Si: elevatis oculis in ccelum, ad "te Deum Patrem suum omnipotentem, tibi gratias agens bene *J» dixit, fregit, deditque discipulis suis, dicens: Accipite, & manducate ex hoe omnes:

HOC EST ENIM CORPUS MEUM.

Simili modo, postquam coenatum est accipiens et hunc praeclarum calicem in sanctas ac venerabiles manus

biedwaardige handen en de oogen ten Hemel geheven tot U, Zijn almachtigen Vader, U dank brengend, dit zegende, brak en Zijnen Leerlingen gaf, zeggende:

Neemt en eet hiervan allen, want

DIT IS MIJN LICHAAM.

Op gelijke wijze nam Hij na het offermaal ook dezen volheerlijken kelk in Zijne heilige en eerbiedwaar-

Sluiten