Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekende Heiligen Gods, die allen als bloedgetuigen belijdenis hebben afgelegd van hun geloof.

Zoo is dan in de eenheid van den goddelijken Meester de geheele Kerk in hare drie staten (op aarde, in het Vagevuur en den Hemel) in het hoogheilig Offer van aller Heiland vereenigd. Ook vóór de Konsekratie riepen wij onze broederen, de Heiligen, aan, om hulp en voorspraak tot het waardig voltrekken van het h. Misoffer ; thans, er na, kunnen wij steunen op de kracht van het h. Sakrificie en mogen zelfs op deelgenootschap hopen met Gods uitverkoren Vrienden in het eeuwige Paradijs. De liturgie drukt dit alles hoopvol uit in de volgende MEMENTO-GEBEDEN,

Memento etiam, Domi- Gedenk (]) ook, o Heer,

ne, famulorum famularumque uwe dienaren en dienaressen tuarum N. & N., qui nos prae- N. N., die ons geteekend cesserunt cum signo fidei & door het kruis, zijn vooruitdormiunt in somno pacis, gegaan en thans sluimeren Ipsis, Domine, & omnibus in de rust des vredes. in Christo quiescentibus, lo- Wil, o Heer, hun en

cum refrigerii, lucis& pacis, allen, zoo smeeken wij, die ut indulgeas, deprecamur. in Christus zijn ontslapen, de Per eumdem Christum Do- plaats van verkwikking, van minum nostrum. Amen. licht en van vrede verleenen.

Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. Bij den naam „Christus" is een hoofdbuiging voorgeschreven, waarin men :

(i) „Memento" beteekent hier: herdenking, gedachtenis. Voor de Konsekratie plaatste de Kerk de „gedachtenis der levenden", daar zij deelgenooten konden zijn van het h. Offer; na de Konsekratie stelde zij die „der dooden", wijl op hen de vruchten van anderer Sakrificie slechts kunnen worden toegepast.

Sluiten