Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sumus, largitor admitte. Per- U, niet wegende onze verChristumDominumnostrum. diensten, maar vrijgevig aan

ons kwijtschelding verleenende. DoorChristusonzenHeer. Geen „Amen" volgt thans, gelijk immer gebruikelijk; want de Kerk zet hare oratie tot Christus en de H. Drievuldigheid voort in een diepzinnig lied van eere (doxologie). Het is het plechtig slotgebed van den Canon luidend:

Per quem ha:c omnia, Door Wien Gij, o Heer.

Domine semper bona creas, al dit goede (*) immer voortsanctitficas.vivifficas^enef brengt, heiligt, bezielt,zegent dicis et praestas nobis. Per en mededeelt aan ons. Door ip^sum, et cum ipi'so, et in Hein en met Hem en in ip^so est tibi Patri fomnipo- Hem zij U, o almogende tenti, in unitate Spiritus Vader, in de eenheid met sancti omnis honor et gloria, den h. Geest, alle eer en Per omnia saeculaszeculorum. verheerlijking door alle

eeuwen der eeuwen.

In een paar bondige trekken beschrijft thans de liturgie den goddelijken zin van het h. Misoffer, want Christus is tegenwoordig op het altaar als: Heiligmaker der ziele, als Schenker van aardsche goederen, als Verheerlijker van Godes majesteit; waarlijk is Hij ons verschenen, tot: „Middelaar tusschen God en de menschen".

Het begeleidende ceremonieel omlijnt tegelijkertijd de zinbeteekenis nog scherper, door het vormen van

(!) Op leer vele wijzen werd „al dit goede" verstaan. Volgens een der voornaamste verklaringen, beteekent die uitdrukking: het goddelijk Lichaam en Bloed, uit de stoffelijke offergaven van brood en wijn gekonsekreerd; want deze worden „voortgebracht" als stoffelijke zaken, daarna „geheiligd" door de Offer ande, „bezield" door de h. Konsekratie, „gezegend", wijl zij zegen „mededeeler." in de h. Kommunie.

Sluiten