Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldus durft de priester tot God als zijn „Vader" spreken in het volheerlijk „Pater Noster", dat in zijn vier eerste smeekingen de eer der Godheid gedenkt en in zijne drie laatste om verzadiging aller aardsche hulpbehoeften vraagt. Als inleiding:

Oremus. Praeceptis salutaribus moniti, et divina institutione formati, audemus dicere:

Laat ons bidden. Door uwe heilbrengende voorschriften aangemaand en door uwe goddelijke onderrichting gevormd, wagen wij

te zeggen:

PATER NOSTKR.

Pater noster, qui es in Onze Vader, die in de

coelis, sanctificetur nomen hemelen zijt, geheiligd zij tuum; adveniat regnum uw naam. Laat ons toekotuum; fiat voluntas tua, sic- men uw rijk. Uw wil geut in coelo et in terra, schiede op de aarde als in Panem nostrum quotidianum den hemel. Geef ons heden da nobis hodie; et dimitte ons dagelijksch brood. En nobis debita nostra, sicut et vergeef ons onze schulden, nos dimittimus debitoribus gelijk wij vergeven onzen nostris; et ne nos inducas schuldenaren. En leid ons in tentationem. niet in bekoring.

D. Sed libera nos a Maar verlos ons van den malo. kwade.

P. Amen. Amen.

De laatste bede — vrijwaring van het kwaad — herhaalt de mis-liturgie met vertrouwvollen aandrang in de volgende, breedere uitwerking (embolismus):

Libera nos, quaesumus, Wij bidden U, o Heer, Domine, ab omnibus malis wil ons bevrijden van alle praeteritis, praesentibus et kwaden, van verledene, tegen-

J

Sluiten