Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om deernis en ontferming kunnen smeeken, nu hij gaat aanzitten aan „het koningsmaal van het Lam?" Zoo dit woord reeds uit zich zelf het karakter draagt van onschuld en reinheid, van goed- en rechtvaardigheid (Luc. 10), dan is het uiteraard — nog buiten de onmiddellijke, schriftuurlijke (!) toepassing op den Christus — het natuurlijk zinnebeeld van Hem, die zich onschuldig en heilig (Hebr. 7.), vrijwillig en onderworpen (Matth. 26) den offerdood had toegewijd en dien zachtzinnig en sprakeloos (Matth. 26) heeft geleden.

b. Buitendien vergoot het „goddelijk Kruislam" zijn heilig bloed op dag en uur, waarop in Jeruzalems tempel de offerlammeren geslacht werden.

c. Hiermee wordt de volste vervulling gebracht aan de voor eeuwen tot Israël gesproken beloften, waarin werd voorzegd, dat het offer-lam des Ouden Verbonds in heerlijker zin zou worden vervangen door het „Lam Gods" der Nieuwe Wet, dat „geslachtofferd zal worden, dat verzoenen zal door zijn dood, dat geen vlekken heeft en zachtmoedig lijdt, dat den vrede heeft en den vrede geeft."

In nog duidelijker bewoordingen, breidt de priester de laatste vrede-bede uit:

Domine JesuChriste, qui Heer Jezus Christus, die

dixisti Apostolis tuis: Pacem tot uwe Apostelen gespro-

relinquo vobis, pacem meam ken hebt: „Den vrede laat

do vobis, ne respicias pee- ik u, mijnen vrede geef ik

cata mea, sed fidem Eccle- u," aanzie niet mijne zonden,

siaetuae; eamque secundum maar het geloof uwer Kerk

voluntatem tuam pacificare en wil haar volgens uwen

et^ coadunare digneris. Qui wil in vrede en eendracht

f1) Zoo noemt reed, alleen de H. johannes in de Apocal. ongeve^dertg malen den Zaligmaker als het „Lam".

Sluiten