Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den adel van dit metaal de koninklijke en goddelijke majesteit, ook de hemelsche wijsheid en bovennatuurlijke liefde van het vlekkeloos Offerlam onzer altaren. e. Evenwel kunnen, naar het kerkelijk woord, kelk noch pateen door dien adel van metaal of kunst waardig worden om den goddelijken Zaligmaker te dragen. Daarom zijn beide mystieke vaten gewijd door het bisschoppelijk Chrisma, waarvan de olijfolie het zinnebeeld is der welriekende, heelende en sterkende genaden van God, den h. Geest. Voegzame toebereiding om Hem te dragen, die „door God gezalfd is met de olie van verblijding".

CORPORALE EN PALLA ('),

vroeger één geheel — ook thans nog door hetzelfde wijdingsformulier kerkelijk gezegend — zijn

a. de symbolische windselen van het goddelijk Kind, nederliggend in de arme kribbe;

b. ook de zinnebeelden van het „zuivere lijnwaad", waarin 's Heeren bloedend Lichaam door Jozef van Arimathea en Nicodemus grafwaarts werd gedragen.

c. De palla in het bizonder verbeeldt, naar de kerkelijke benediktie-woorden, den „zweetdoek" (sudarium), waardoor het goddelijk Hoofd omwikkeld was.

d. Beider stof beschouwd, het zachte, blanke linnen namelijk, stellen zij het reine Lichaam des Heeren voor in zijn lijden, zoowel als in zijn glorie-staat. Een symbolisch toonbeeld tevens voor de geëischte „blankheid der ziele", evenzeer van den dienstdoenden priester als van de geloo-

(]) Het corporale, een linnen doek, was tot na de 12e eeuw zoo groot, dat het tegelijkertijd als onderlegging voor kelk en hostie en tevens als kelkbedekking dienst deed; thans, verkleind, heeft het nog slechts het eerste doel, terwijl de palla, — een stijf, linnen, vierkant bordje — den kelk dekt.

Sluiten