Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkertijd werden echter het bruin, geel (oranje) en blauw (indigo) — welke hier en daar als liturgisch waren erkend — van de kleuren-lijst afgevoerd.

Tot zoover over den oorsprong der speciaal-kerkelijke kleuren in de h. Misse; want buitendien bezaten de oude kunstenaars in hunne kerkversieringen (tapijtbehangsels, fresko- of muur-schilderingen) en in hunne uitvoeringen voor het maatschappelijke leven nog een belangrijke reeks van, zich over alles uitstrekkende symbolieken. (iroen b. v. was — om slechts een greep te doen in de talrijke beduidingen — het symbolisch beeld der overweging, zwart van zelfverloochening, geel van droefenis, rood van liefde, wit van zielereinheid. Op personen toegepast, sprak men van de gouden wijsheid der apostelen ; den zilveren of metalen stemklank der leeraars; van de hyacinthkleur des beschouwenden levens; het purper der martelgetuigen; het scharlaken der in liefde gloeienden; van het grauwe boetgewaad der belijders; van het schitterend wit (byssus) der maagdelijkheid en van het koningschap. Ook in nog vroegeren tijd was het „wit" de gewaadskleur der vorstelijke waardigheid, en thans nog van Z. H. den Paus. Toen de goddelijke Zaligmaker gehoond en verguisd werd door jood en heiden, omhing men hem uit spot, met een „wit" kleed als koningsmantel; aldus leert ons een der oudste geschriften f1), die in onze taal deze stoffen behandelen: „Ende — zoo lezen wij — da:r versmade Herodes Ihesum ende cleede hem mit enen langhen widen cleede, al wit, recht als enen sotte, ende seynde hem alsoe tot Pylatum."

(J) Dit merkwaardig handschrift, uit het begin der 15e eeuw, spreekt over ,,die bediedenissen van der heiligher missen", met onkritische aanteekeningen uitgegeven door A. C. Oudemans (1852).

Sluiten