Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

witte kleur, voor den liturgischen tooi bij hare feestelijke handelingen: doop, processie, huwelijk, kerkwijding, de meeste benedikties.

En met het edelste recht, past juist het „wit" aan de blijde gedenkdagen der onbevlekte Maagd Maria, „de wondere, blanke bloeme" „de hemellelie van verblindenden luister", de „geheel smettelooze"; van haar, die vereerd wordt als de „Koninginne des Hemels en der Engelen", die „gekleed is met het licht der zonne", „gekroond met de sterren" als kransen om haar hoofd.

Kortom, met de witte kleur symbolizeert de Kerk: de reinheid des gemoeds en de sielevreugde, die er op aarde reeds mee gepaard gaat. als voorboden der daarna volgende glorie des hemels.

Zijn deze de symbolieke beschouwingen, welke de Kerk in hare liturgie heeft uitgedrukt, aan de geloovigen zelve geeft de mystiek er door te verstaan, dat zij hun eigen hart, in navolging van Gods lieve Heiligen, rein hebben te bewaren in de „blankheid" van beproefde deugd.

ROOD.

het licht vol kracht; door zijn warmte het zinnebeeld van het vuur en door zijne kleur tevens van het bloed! Was dit in de Oude Wet het symbool, zoowel der zonde als van hare bloedige uitdelging, later werd het — door 's Heilands smartelijken zoendood en door de nederdaling van den h. Geest in den vorm van „vurige tongen" — tot het christelijk zinteeken gekerstend van: zelfvergetende lijdens-liefde van God tot ons en van de wederzijdsche genegenheid des menschen tot zijn God. „Want het lijden — zoo schreef Henricus Suso, de mysticus — omkleedt de ziel met een rozengewaad van purperkleur; het draagt een krans van roode rozen om de slapen".

Sluiten