Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het beklimmen van den Vesuvius.

Den volgenden morgen maakten de Duitschers weer hetzelfde bezwaar van den vorigen dag, namelijk, dat het te mistig was om den Vesuvius te bestijgen. De Denen echter wilden wel, doch daar haperde wat anders, die hadden geen geld meer en moesten eerst weer geld van den Consul halen, zooals ze zeiden. Toen ik om elf uur in de Duitsche Keuken zat, kwamen ze hooren of ik nog mee wou. Daar het mooi helder weer was geworden en ik toch beslist den Vesuvius beklimmen wilde, hetzij alleen of in gezelschap, besloot ik, om maar mee te gaan, ofschoon hun gezelschap me niet erg meer uitlokte, daar ze er erg schorumpjes uitzagen. Alleen de schoenen, die ze aan hadden, waren goed, maar voor t overige hadden ze meer van landloopers dan van „toeristen . Een van hen wist den weg naar den Vesuvius, zoodat ik nooit beter en goedkooper gids kon krijgen. En daar gingen we met z'n vijven, de vier Denen en ik, de Denen met groote bergstokken gewapend, waarin ze de namen van verschillende steden in Duitschland hadden gesneden, met het jaartal er naast, dat ze er gewerkt hadden.

Ik bleef wat achteraan loopen, want de Denen trokken bijzonder de aandacht op straat. De meeste voorbijgangers zagen om, en ik hoorde zelfs dames, zoodra de Denen voorbij waren, gillen van het lachen.

Geheel te voet van af Napels zouden we den tocht niet ondernemen. We zouden met de electrische tram van Napels naar het dorp Resina en dan het verdere gedeelte loopen.

Het was half een, toen we dicht bij het Douanenkantoor

Sluiten