Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dc tram stapten. De conducteur zag mij stellig voor 't hoofd van de bende aan, want hij wou mij alle vijf kaartjes laten betalen, waarop ik zei, dat ieder voor zich betaalde. De Denen werden onophoudelijk door de andere passagiers aangegaapt; ook ik, toen ze begrepen, dat ik bij dat complotje hoorde. Ik kon me niet meer goed houden en proestte het uit van 't lachen. De Denen begonnen ook te lachen, doch ze begrepen eigenlijk niet waarom en merkten eerst niet eens, dat ze zoo „bewonderd" werden. Het was echter eene heele verruiming voor mij, toen we een klein uur later te Resina konden uitstappen.

De eerste weg, dien wij insloegen, liep dwars door het dorp, eene nauwe, vuile straat, die ons reeds geleidelijk naar boven voerde. Na tien minuten geloopen te hebben, kwamen we buiten het dorp en hadden een rotsigen weg voor ons, die trapsgewijze naar boven liep. Ken eenzame weg, waar we slechts nu en dan nog eene boerenwoning zagen en anders geen menschelijke wezens ontmoetten, dan in lompen gehulde jongens, die ons om het hardst hunne diensten als gids voor den Vesuvius aanboden. Toen we er geen gebruik van wilden maken, zonden ze ons uit wraak een paar steenen na.

Aan weerskanten van den weg bevond zich een muur. aan welks binnenkant zich bouwgrond uitstrekte, waarop men anders niet dan paardenboonen verbouwde. We stapten flink op, want we hadden volgens de Denen geen tijd te verliezen, daar we anders voor donker den Vesuvius niet eens zouden bereiken. Van tijd tot tijd moesten we echter even rusten, daar we 't flink warm hadden, waartoe ook de zon niet weinig het hare bijdroeg.

Sluiten