Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was dus een niet onaardig intermezzo.

Van de Denen hoorde ik, dat de tram juist twaalf minuten werk had, om den weg van het station boven naar „I'ugliano" beneden af te leggen.

Boven dk Woi.kkn.

lot nog toe hadden we de laag drijvende wolken telkens boven ons gezien en was de lucht zoel. Zoodra we echter door die zichtbare laag heen kwamen, werd het plotseling frisch om ons heen en voelden we wind. Daar we kolossaal transpireerden, was dit eene heerlijke verkwikking.

Op een driehonderd pas van boven kwam ons al een troep gidsen tegemoet stormen, die ons uit eigen beweging bij den arm pakten, om ons te helpen, van welke aanbiedingen we echter geen gebruik maakten, hoe vermoeid we ook waren. We hadden t nu zoo lang al zonder gidsen gedaan, dat we het dit laatste eindje ook wel zouden klaarspelen.

De gidsen lieten zich echter niet dan met moeite aan 't verstand brengen, dat we hen niet noodig hadden.

Doornat van zweet kwamen wij boven bij het station aan, waar we dadelijk door een vijftal andere gidsen werden aangesproken. Ze vertelden ons, dat we, indien we naar den krater van den Vesuvius wilden, ieder twee lire moesten betalen.

Toen de gidsen van twee lire spraken (95 cents) riep een van de Denen al: „We geven één lire," wat hij in 't Duitsch zei, en dat de gidsen gelukkig niet verstonden, want hadden ze 't verstaan, dan hadden ze er zeker in toegestemd.

De andere Denen en ik wilden echter van betalen niets weten, daar we vermoedden, dat het een trucje was. Wel

Sluiten