Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van uit den trein kan men er weinig van zien, dat het stadje Pompei eertijds zoo geteisterd is door eene uitbarsting van den Vesuvius. Wil men dat zien, dan dient men er uit te stappen en er eenige uren te vertoeven.

Het volgende dorp, waar de trein stilhield, namelijk, het station Valle di Pompei, waar we om 9.24 aankwamen, trekt echter meer de aandacht. Dit dorp bestaat voor 't grootste gedeelte uit onbewoonde huizen, waarvan sommige de daken missen, céne groote ruïne dus, ook al weer een gevolg van eene uitbarsting. Waar geen huizen langs den spoorweg staan, ziet men weer allemaal bouwgrond, waar ik niets anders zag groeien dan paardeboonen, kool en rapen.

Een Reisgench >t.

Na een paar uur in den trein gezeten te hebben, op mijn eentje op den uitkijk, maakte ik kennis met Marino Catello, een Italiaansch zeeofficier, die zijne zuster te Tarenta, welke hij in geen drie jaar gezien had, een bezoek zou brengen. Daar we 's avonds om elf (23) (de Italianen nummeren de uren bij geheele, niet bij halve etmalen) uur eerst te Tarenta konden aankomen, hadden wij dus den geheelen dag gezelschap aan elkaar. Zoodra we kennis gemaakt hadden, opende Marino Catello zijn reistasch en haalde er vleesch en brood uit te voorschijn, waarvan hij mij aanbood te eten zooveel ik wilde. Ik zei, dat ik zelf eten meegenomen had. Dat deed er niets toe, ik moest van zijn vleesch en brood proeven, en hij was niet eerder tevreden, dan dat ik mij van den goeden smaak ervan overtuigd had. Ook haalde hij eene flesch landwijn te voorschijn, waar ik ook van moest nemen,

Sluiten