Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toen kreeg ik te hooren, dat er zich te Athene nog bevonden, Van Wermeskerke, een notaris uit Krommenie, die een minderjarig kind had opgelicht en dat die Van Wermeskerke met zijn zoon er naar toe gevlucht was en dat die zoon met de dochter van een voornamen Griek getrouwd was, dat het een ongelukkig huwelijk was, dat ze van weerskanten gedacht hadden, dat er geld zou zitten, wat beiden was tegengevallen, dat Van Wermeskerke Sr. aan den algemeenen zaakgelastigde, mijnheer Van Lennep, gevraagd had, hem aan den koning voor te stellen en dat Z. Kxc. dat niet had willen doen, omdat Van Wermeskerke iets in Holland gehad had ....

Verder vernam ik, dat er een Jansen was, die onder den valschen naam van Hermans reisde, dat er een Kievits was, die te Middelburg aan een bookmakerskantoor verduisteringen had gepleegd of een check had verwisseld en dat die nu onder den naam van Korver reisde, doch laatst met zijn dronken .... bij het postkantoor over een hoop ijzeren staven gevallen was en zijn been gebroken had; dat er verdei een Den Koster van Rotterdam was en een mijnheer Kools van Nijmegen, een Pieter van Dijke, die de post bestolen had en die nu directeur van Hotel d'Angleterre was; dat er nog een Hollandsche winkelier was, een Hooft, dat die wel goed zou wezen, doch dat-i, als hij niet van je kon profiteeren, je links liet liggen.

loen vertelde Bielders mij, dat hij een gedicht had gemaakt op de Hollanders.

„Mag hij het lezen, Hein?" „Wel ja, waarom niet?" en toen overhandigde Bielders mij een stuk knetterpapier, waar met potlood 't volgende fraaie(!) gedicht(!) opgekrast stond:

Sluiten