Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar 1853 door n I'ranschman, Beleu genaamd, ontdekt in een gedeelte van de vestingwerken, waartoe de Turken deze plaats hadden ingericht. De ingang of poort heet daarom „Heleupoort". Ilier bevindt zich een in uniform gekleede oppasser, die, zoodra wij binnentreden, beleefd zijne pet afneemt, zeker in de hoop, straks, wanneer we alles gezien hebben, eene fooi te zullen krijgen. Vlak vóór ons zien we eene reusachtige

DE PROPYLAËEN.

marmeren trap, die voor een gedeelte uit een stuk gladde rots bestaat, waar men voorzichtig bij op moet loopen, om met uit te glijden. Hoven, aan den rand van de trap, zien we zes marmeren zuilen, de zoogenaamde 1'ropylaüen, die eertijds het front vormden van de breede gang, die alleen diende om het tempelveld eene grootsche entree te geven.

Sluiten