Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnengelaten, dat ons toegang verschaft tot een jong boschje van heestergewassen, dat zich op eene breedte van een veertig pas langs de rots uitstrekt en door een lang stek van puntdraad is afgesloten.

Treden we het ijzeren hek dan eindelijk binnen, dan komen we in een in den rots uitgehouwen kamertje, dat eene lengte heeft van drie meter zeven en zestig centimeter, bij eene breedte van twee meter zeven en twintig centimeter en dat van een gevelvornng zolderinkje is voorzien. In den achtersten hoek rechts van dit kamertje bevindt zich eene eivormige opening, welke toegang geeft tot een vierde hol, dat, geheel trechtervormig, met eene doorsnede van drie meter veertig centimeter, boven in een rond gat, dat eene middellijn heeft van ongeveer één meter, eindigt.

Hier moet de wijze Socrates gevangen gezeten en den giftbeker gedronken hebben.

De opening boven moet gediend hebben, om hem voedsel door te reiken. Hoven op den rand van de opening bevindt zich een steen, ter dikte van een paar decimeter, die de opening voor de helft afsluit. De tweede steen, die vroeger de andere helft ook afsloot, is niet meer aanwezig.

We gaan nu van dit trechtervormig hol terug naar 't eerste kamertje. Rechts van ons bevindt zich een halve meter dikke rotsmuur, waarin zich op drie vierde meter hoogte van den bodem een gat bevindt, waar we, de overjas uittrekkende, door kunnen kruipen. Hierdoor komen we in een hol terecht, dat, de helft kleiner dan zijn naastleger, niet is afgewerkt. Vandaar kunnen we door eene ruime opening in het laatste hol komen. Dit is weer een evenredig afgewerkt kamertje, van dezelfde afmetingen als 't eerste, doch van een plat dak voorzien.

Sluiten