Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klachten zich natuurlijk op mij richtten. Ik ondervond dan ook, dat ik, aan 't hoofd staande, niet alleen de lusten, doch ook de lasten had te dragen.

Van de klachten, die er zoo al inkwamen, moest ik natuurlijk verslagdoen aan den heer Polemy, doch deze, in plaats van verandering te brengen in dien toestand, bekommerde er zich niet om, nam integendeel met een Griekschen glimlach notitie van hetgeen ik hem vertelde, en was, als hij zich al liet zien, altijd even haastig om weer weg te komen, net als vreesde hij eene ontmoeting met de athleten. Er kwam geene verandering, 't bleef zooals het was. De eene klacht volgde de andere, tot op zekeren dag een paar der afgevaardigden van de Athletenclubs eene .klacht indienden bij het Comité van de Olympische Spelen.

Nog den zelfden dag verschenen in het Zappeïon de heeren .Doctor Lambros en Doctor Streit, twee professoren van de Atheensche universiteit, beiden lid van bovengenoemd comité. Ze konden niet anders dan constateeren, dat de klachten volkomen gegrond waren. Ze noemden het een groot schandaal, dat Polemy voor twaalf drachma per dag, nog zulk slecht eten gaf. De heeren gaven mij last, Directeur Polemy aan te zeggen, dat hij 's avonds vóór zevenen op het kantoor van de Olympische Spelen moest verschijnen, daar ze hem moesten spreken. Ken vreemde boodschap voor me, doch ik deed hetgeen zij mij opdroegen. Dit alles had ten gevolge, dat het eten beter werd in de eerste dagen. Eiken middag en avond kwam een der leden van het Comité kijken, terwijl die dan zelf mee at. Zoolang men hier mee door ging, hoorde men van geen klachten, doch toen het tegen het einde van de Olympische Spelen begon te loopen en men met het

Sluiten