Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Precies om kwart voor vijven kwam de portier hem

roepen: „Ben je klaar, Antoine r" — „Ja zal het dan

eindelijk afgeloopen zijn?"

Vijf soldaten geleidden hem naar buiten. Voorop de priester, de doodenzangen zingend. Akelig klonk dat in dien schoonen morgen. Ondanks het vroege uur, waren er reeds toeschouwers samen gestroomd op liet plein voor de gevangenis, waar het schavot was opgericht. Toen de ter dood veroordeelde buiten kwam, begon het volk beleedigingen te roepen en bedreigingen te uiten. Het scheen of de veroordeelde niets opmerkte. Hij was zeer mager, droeg een vuil jasje, dat hij gedurende zijn proces ook reeds aan had; zijn oogen puilden uit de kassen, zijn blik was vaag en stom, soms glimlachte hij onnoozel.

Zonder aarzelen trad hij op het vreeselijke toestel toe. I üj scheen bedaard. Rondom het schavot was een compagnie soldaten opgesteld, daaromheen het volk. Wij hadden een plaatsje gekregen binnen de rij soldaten, waar ook eenige overheidspersonen aanwezig waren.

De beulen grepen hun slachtoffer aan, maar hij stootte ze terug, uitroepende: „Laat me toch alleen den dood ingaan!"

De priester hield hem het beeld van de Heilige Maagd voor, dat hij kuste.

„Heb je nog iets te zeggen?" vroeg de rechter na voorlezing van het vonnis.

Eerst geen antwoord; toen zich wendende tot het volk, zei hij met flinke stem:

„Ik beklaag me volstrekt niet over het vonnis, ik heb het verdiend, het was onvergeeflijk, dat een nietig wezen

Sluiten