Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja! maar daar moeten toch middelen voor wezen!" „Ja, dat's natuurlijk."

„Maar waar heb je die middelen dan vandaan ?" „U denkt toch hoop ik niet, dat ik ze gestolen heb? " „Ja, dat wil ik juist van jou weten! Ik vraag je nog eens, waar heb je die middelen vandaan ?"

„Ja!.... van mijn vader natuurlijk?"

„Je vader? Wat doet je vader?"

„Die heeft een hotel, mijnheer."

„Waar dat?"

„In Oranjewoud, mijnheer."

„En kan je vader je dan niet gebruiken in 't hotel?" „Jawel mijnheer, maar in den wintertijd is het daar niet druk en daarom ben ik nu hier gekomen om eene betrekking te zoeken."

„Zoo maar geheel op de bonnefooi?"

,.Ja mijnheer."

„En stuurt je vader je dan geld per postwissel?"

„Neen mijnheer!"

„Hoe dan ?"

„Och, .... toen ik van huis ging, heb ik direct wat geld meegekregen, opdat ik me een tijdje zou kunnen redden." „Hoeveel geld heb je dan wel van je vader meegekregen ?" „Ja, ziet U eens, mijnheer de commissaris, dat is eene vraag, die ik niet kan beantwoorden .. . ."

„Maar je bent hier op 't politiebureau!"

„O, dat weet ik wel mijnheer."

„Maar heb je dan nu nog middelen om van te leven}" „Ja zeker wel, mijnheer!"

„Hoeveel heb je dan nog zoowat?"

Sluiten