Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t wemelde van agenten. Na hier wat heen en weer gewandeld te hebben, kwam ik door eene zijgang bij een office terecht, waar de agenten koffie konden krijgen. Den jongen, die met de werkzaamheden in 't office belast was, bestelde ik een kopje mokkakoffie en ging toen rustig op eene bank zitten, wachtende op de dingen, die komen zouden, 't Duurde maar even of daar zag ik den commissaris met een rechercheur naar mij toekomen. „Deze man zal met je meegaan naar de Koninklijke Legatie," zei de commissaris, „en als die van den heer Van Lennep een goed antwoord omtrent jou bekomt, dan kun je tegen den middag weer in vrijheid gesteld worden."

„Dus ik ben uw gevangene?"

„Ja zónder twijfel!"

„Nu, mijnheer, U moet me nou niet kwalijk nemen, maar ik vind 't een interessant stukje, net iets om in de courant te zetten, maar a propos, ik had net een kopje koffie besteld, ging ik voort, toen ik den jongen met de koffie zag komen.

„Dat kan ik toch zeker eerst wel.. . ."

„O, daar heb je allen tijd voor," antwoordde de commissaris, en nadat hij den rechercheur nog een paar uitdrukkelijke bevelen had gegeven, verdween hij weer.

De rechercheur ging een oogenblik naast mij zitten, ik dronk mijn kopje uit en betaalde mijn vijftien Lepta (zes cents), waarna wij gezamenlijk het politiebureau verlieten, op weg naar mijnheer Van Lennep. De rechercheur nam eene houding aan net als de agent, die me had opgebracht. Hij sprak geen woord en verloor mij geen oogenblik uit het oog. In z'n volle waardigheid van rechercheur stapte

Sluiten