Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja zeker, Excellentie, mijn geleider!"

„Nu, laat hem dan gauw binnen komen."

De bediende kreeg een wenk om den rechercheur binnen te roepen. Met vragenden blik en vol verbazing staarde Zijne Excellentie den rechercheur aan, die nu in 't Grieksch zijn verhaal begon omtrent de gevangenneming en de redenen, die ze daarvoor meenden te hebben.

Zijne Excellentie sprak er zijne verwondering over uit, dat de politie zoo'n misgreep kon doen, en zei, dat dan wel andere Hollanders te Athene eene wijkplaats hadden gezocht, die ze allicht met meer recht uit hun bed zouden kunnen lichten dan mij, daar Zijne Excellentie niet anders dan de beste inlichtingen omtrent mij kon geven.

Geheel verslagen en met den mond vol tanden stond hij daar, de rechercheur. Zijne Excellentie deelde mij mee, dat de zaak in orde was en ik direct in vrijheid gesteld zou worden, waarop wij heen konden gaan, de rechercheur geheel beteuterd. Onder 't heengaan voegde Zijn Excellentie mij nog toe: „Nu moet 11 dat de Grieksche politie niet zoo erg kwalijk nemen, want het is met het oog op de komst van den Koning van Engeland ; nu moeten ze alle lui, die hier zonder betrekking zijn, nagaan, of er ook anarchisten onder schuilen, om die, gedurende het verblijf van Koning Edward, zoolang op te bergen."

„U is toch geen anarchist, wel?" vroeg Zijn Excellentie glimlachend.

„O no Sir, no question about."

Toen we op straat kwamen, was 't blaadje geheel omgekeerd. De rechercheur nam eene geheel andere houding aan. Hij lette niet meer op mijne bewegingen; als ik eens achterom

Sluiten