Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met een flink en krachtig woord,

Zonder pathos, dat er niet bij hoort, Schetst zij de roeping van den Staat Die haar alleen ter harte gaat;

En zijn rechten,

Waartegen de clericalen vechten.

Op de vraag naar feiten Staken de sprekers gewoonlijk hun verwijten; En zoo loopt dan het debat,

Dat den schijn van een onweer had, Ten einde als een nachtlicht op een krater, Of minstens als een storm in een glas water. — Doch niet altijd loopt 't zoo af En soms volgt op de terechtstelling de straf,

Die, hoe goed 't vaak jaren lang gaat Ten slotte elk minister toch te wachten staat.

VII.

EEN MAIDENSPEECH.

Een lid dat voor 't eerst in de Kamer oreert, Gelijkt een tooneelzanger die debuteert; Met één verschil Zoo men wil —

Sluiten