is toegevoegd aan uw favorieten.

Politieke gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want is men dan nog niet klaar Dan loopt men groot gevaar,

Dat de heeren van ongeduld beginnen te kloppen, Hetgeen in parlementaire taal beteekent: „stoppen. De vijfde zaak — van groot gewiclit,

Waarop 'toog van den debutant moet zijn gericht, Is, dat hij niet aan 't slot van zijn rede, Het glibberig pad betrede Van een motie voor te dragen,

Wat meer te pas komt voor de ouderen van dagen; En als hij zich al vergaloppeert,

Doordien hij een motie op 't bureau deponeert, Dan doe hij 't vooral niet Als hij de meerderheid niet geteld aan zijne zijde ziet. Want één fiaso is in staat Om een man met een pasgeboren mandaat,

Eens voor altijd Te stempelen als iemand zonder beleid. — No. 6 van de groote gevaren,

Ligt in overdreven gebaren;

Want men lioude wel in 'toog,

Dat het mooiste betoog Al zijn waarde verliest,

Wanneer inen gesticuleert alsof 't vriest En men — om zich te verwarmen —

Heen en weer slaat met zijn beide armen;

Of — evenals op een schaatsenbaan —

Geen moment op zijn plaats blijft staan. — In de zevende plaats is 't zaak,

Om zijn gewone spraak,