is toegevoegd aan uw favorieten.

Politieke gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ofschoon d' oudeheer aan een ieder vertelt, Dat 't inet de studie perfect is gesteld,

En hij weldra de partij zal betalen Van de promotie (die men nooit wist te halen.) — De aanblik van den Senaat Die uit 39 der hoogstaangeslagenen bestaat In 's Rijks directe lasten (Dus allen welgestelde gasten,)

Wekt bij een vaderlandslievend mensch De hartgrondige wensch,

Dat bij een herziening van de hoogste wet De Eerste Kamer word' buiten de Staatsdeur gezet. Niet dat de heeren door hun aard Niet deftig genoeg zijn en bedaard,

Neen — juist is de algemeene grief Dat ze somstijds al te lief En veel te zoetsappig zijn,

Waardoor hun kritiek steeds opgaat iu schijn, lerwijl zij feitelijk niets anders zeggen, Dan dat zij zich bij alles maar neer zullen leggen.

In tegenstelling met wat in de Tweede geschiedt Schreeuwt men in d'Eerste Kamer niet, Of 't moest daarom wezen,

Dat een spreker mocht vreezen Door de statie niet te worden gehoord

Als hij is aan 't woord.

Maar de meeste heeren praten zoo zacht Als t van oude lui mag worden verwacht, En zoo parlementair,