Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o. a. bij dat vau het Hof vau Gelderland vau 11 Maart 1851 (1) zelfs gehandhaafd tegen het Openbaar Ministerie, dat vervolging had ingesteld om het postmonopolie te doen gelden ten aanzien van het vervoer vau boeken en gedrukte stukken.

Wel v. 1850.

Art. 8.

Het briefport kan ten kantore van afzending worden voldaan, of ook worden gelaten voor rekening van hem aan wien de brief is gerigt. Deze is niet verpligt den brief aan te nemen, of daarvoor het port te betalen, mits den brief onmiddellijk afwijzende of teruggevende, op het oogenblik dat dezelve hem namens het postkantoor wordt aangeboden, en vóór dat de brief door hem geopend of het zegel daarvan geschonden is.

De door bevoegde ambtenaren der brievonposterij op den omslag vaa een brief iu cijfers ge-telde taxe, ofschoon de onderteekeuing missende, is als een authentiek en publiek geschrift te beschouwen.

Derhalve maakt de brievenbesteller, die, met het doel om dubbel briefport van den geadresseerde te vorderen en zich ('aarvan de helft toe te eigenen, zoodanige taxc (10) doorslaat en daarvoor het cijfer 20 in de plaats stelt, zich schuldig aan de misdaad van art. 147 C. P. (2)

Het doet niets ter zake, dat die besteller, bij de bezorging van den brief, slechts het enkele port heeft gevorderd.

Prov. Hof Utrecht 4 Julg 18G8, lV. v. h. R., u°. 3150.

Wet v. 1870.

Abt. 5.

Het in gebruik stellen van postzegels, vertegenwoordigende de porten of regten, die door de postadministratie

(1) Zie dit arrest beneden in aant. 4 ty) art. 25 der wet van 1860.

(2) Dit art. bedreigt tuchthuisstraf van luin&tens 6 en hoogstens 16 jaren op valichhcid o. a. in een authentiek en publiek geschrift.

Sluiten