is toegevoegd aan uw favorieten.

De wetten tot vaststelling van het briefport en tot regeling der aangelegenheden van de brievenposterij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hier, eveu als bij art. 9 (zie hierboven) verklaarde de Regering dat de Staat, wanneer een vermist pakket later teregt kwam en bleek meer waarde te bevatten dan de Staat overeenkomstig de gedane aangifte vergoed had, zich met dat meerdere niet zon verrijken.

6. Bij de vierde alinea stelde de Heer vax Loon , mede uit vrees voor chicanes van de zijde der administratie, de weglating van het geheele n°. 2 voor. Wat overmagt betreft, zich vereenigende met de gronden van het straks op te geven amendement Blom, meende de voorsteller dat vermissing nimmer door schuld of nalatigheid van den afzender kan worden veroorzaakt, omdat, als het adres fautief is, de administratie zich zal trachten te vergewissen omtrent de identiteit van hem voor wien het pakket bestemd is. De Mini ter gaf dit toe, maar meende dat, bij aanneming van het amendement, de administratie zeer lastig zal moeten zijn om zich te overtuigen dat het verzondene aan den regten persoon komt. Het amendement werd met 47 tegen 20 stemmen verworpen.

Gelijk lot trof, met 49 tegen 19 stemmen, een amendement van den Heer Blom, strekkende om uit de 4de alinea de woorden «door overmagt of" te doen vervalleu. Het was daarop gegrond dat de Staat, als assuradeur optredende, het geval van overmagt niet mag excipiëren, maar de assurantie zoo volkomen mogelijk moet zijn. Er werd gewezen op twee spoorweg-admiuistratiën, die geen reserve hoegenaamd maken. De bestrijding die het amendement bij den Minister vond, berustte hoofdzakelijk daarop, dat de Staat — gelijk ook door deu Heer van Eck was aangetoond — geen verzekerings-contract sluit, maar alleen tegen zekere premie, ecne goede bezorging waarborgt en bij nalatigheid daarin vergoediug ge ft. Voorts ging ecne vergelijking met de spoorwegmaatschappijen niet op, omdat deze alleen waarborgen tot aan hare eindstations, terwijl de Staat garandeert niet alleen het vervoer per spoor, maar ook per postbode en zelfs, voor zooveel de Zuiderzee of de Zeeuwsche stroomen betreft, voor zeeg vaar. Eindelijk zou, bij aanneming van het nmeudemeut, de Staat in het geval kunnen komen — zooals bij conversie van Staatsschuld, wanneer soms groote partijen effecten per post wordcu verzonden — van hoogst aanzienlijke waarden te verzekeren tegen ecue premie, die dan zeker ongenoegzaam zou zijn. Ook in art. 16 der wet van 1850 en in de Belgische postwet is het geval van overmagt uitgezonderd. (Bijbl. II, 1076—1C84).

Aht. 12.

De aanteekening is verpligt bij verzending van brieven of pakketten, waarin gereed geld, edele metalen of kost-