Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 27.

Invordering van gelden op quitantiën door de belanghebbenden aan de postkantoren gedeponeerd, waarvan bet bedrag per (/uitantic de som van f 150 niet te boven gaat, geschiedt tegen vooruitbetaling van een regt van tien cent voor elke tien gulden of voor elk gedeelte van tien gulden.

Dat regt is voor elke afzonderlijke quitantie verschuldigd, en wordt in geen geval teruggegeven.

1. Tegen de beraoeijingen, bij dit artikel, in navolging van hetgeen in België en Duitschland plaats heeft, aan de postadministratie opgedragen, werd in de afdeelingen der 2de Kamer als hoofdbedenking ingebragt, dat de Staat niet in het kassiersbedrijf moest treden; in de behoefte aan gelegenheden tot incassering van kleine pretxitiën wordt door particuliere kassiers voorzien en aan dezen zou nu een deel van hun bestaan worden ontnomen.

Daarop werd geantwoord — en de argumenten der Regering luidden ook in dien zin — dat, moge de invordering vau verschuldigde geldsommen in groote steden gemakkelijk genoeg gaan, dit geenszins het geval is in meer afgelegen plaatsen en ten platten lande. In de eerste zouden de gewone kassiers de mededinging van den Slaat ligt kunnen trotseren, te meer nog omdat de provisie van één ten honderd, die men aan het postkantoor moet betalen, tamelijk hoog is. Daarentegen zouden de ingezetenen van de gelegenheid, om elders op gemakkelyke wijze uitstaande gelden te doen innen, gaarne gebruik maken. Te minder behoefde men bevreesd te zijn dat de inca«sering van gelden door den Staat, ten nadcele van bijzondere personen cene te hooge vlugt zou nemen, omdat de Regering natuurlijk aan de bestaande zegelwet de hand moet houden en dm de aan het postkantoor aan te bieden kwitantiën boven de ƒ 10 steeds gezegeld zouden moeten zijn. (V. Versl. 13; M. v. B. 8 en 9).

2. Op cene vraag van het Voorl. Verslag der 2de Kamer antwoordde de Regering dat, vermits de betaling eener kwitantie eerst plaats vindt, wanneer het geld is geïncasseerd, het regt slechts eenmaal verschuldigd i'b, al is het dat dezelfde kwitantie meer dan eenmaal ter betaling moet worden aangeboden. (M. v. H. 91.

3

Sluiten