is toegevoegd aan uw favorieten.

Vragen en opgaven bij de Meetkunde voor aanstaande onderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE AFDEELING.

I. INLEIDING.

1. Noem lichamen, die door één vlak begrensd worden.

2. Ook een lichaam, dat door twee vlakken wordt begrensd.

3. Hoeveel platte vlakken zijn er minstens noodig, om een lichaam te begrenzen?

4. Noem lichamen, begrensd door platte vlakken.

5. Ook lichamen, begrensd door gebogen vlakken.

6. Hoeveel rechte lijnen kan men door één punt trekken?

7. Hoeveel door twee punten? door 3 punten?

8. Hoeveel kromme lijnen kan men door één punt trekken? Q. Hoeveel door twee punten?

10. Hoeveel rechte lijnen kan men trekken tusschen 3, 4, 5, n punten, waarvan geen drie in een rechte lijn liggen?

II. HOEKEN.

1. Herleid 20° 30' 12" tot seconden.

2. Herleid 20° 30' 12" tot graden.

3. Bereken het complement van een hoek van 60°.

4. Als het complement van een hoek 42° is, hoe groot is dan zijn supplement?

5. Van welken hoek is het supplement 4 maal zoo groot als zijn complement?

6. Hoe groot is een hoek, die 8 maal zoo klein is als de bijbehoorende inspringende hoek?

1*