is toegevoegd aan uw favorieten.

Vragen en opgaven bij de Meetkunde voor aanstaande onderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Richt een loodlijn op uit het uiteinde eener lijn, zonder

deze te verlengen.

8. Verdeel een rechten hoek in drie gelijke deelen.

VIII. VEELHOEKEN.

1. Hoeveel diagonalen kan men trekken in een lu-hoek uit één hoekpunt? uit twee hoekpunten? uit alle hoekpunten samen ?

2. Hoeveel diagonalen kan men trekken in een «-hoek.J

3. Hoeveel zijden bevat een veelhoek, waarin uit één punt 10 diagonalen kunnen worden getrokken.-'

4. Hoe groot is de som der hoeken van een 10-hoek.J

5. Van welken veelhoek is de som der hoeken 14 rechte hoeken ?

6. Hoeveel inspringende hoeken kunnen er op t meest voorkomen in een 4-hoek? in een 5-hoek.J in een «-hoek.

7. Hoeveel diagonalen kan men trekken in een veelhoek, waarvan de som der hoeken 3240° is?

8. Hoeveel snijpunten vormen de verlengden van de zijden van een tienhoek, waarvan geen twee zijden evenwijdig zijn?

9. Hoe groot is elke hoek van den regelmatigen veelhoek, die zesmaal zooveel diagonalen als zijden heeft?

10. Hoe groot is de som van de buitenhoeken van een driehoek? En van een «-hoek?

11. De buitenhoeken van een zeshoek verhouden zich als de getallen 3, 4, 5, 6, 8 en 10. Hoe groot zijn de hoeken

van dien zeshoek?

12. Verleng van drie op elkaar volgende zijden van een regelmatigen «-hoek de eerste en de derde zijde. Onder welken hoek snijden zij elkaar?