is toegevoegd aan uw favorieten.

Vragen en opgaven bij de Meetkunde voor aanstaande onderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen wordt verdeeld. Bereken het oppervlak van die deelen.

10. Bereken het oppervlak van een regelmatigen achthoek, welks zijde 2 cM is.

11. Van een vierhoek, in een cirkel beschreven, zijn elk paar overstaande hoeken eikaars supplementen. Bewijs dat.

12. Van een vierhoek, om een cirkel beschreven, is de som van een paar overstaande zijden gelijk aan de som van het andere paar. Bewijs dat.

13. Een regelmatige zeshoek en een regelmatige achthoek hebben beide een omtrek van 1,2 dM. Bereken het verschil hunner oppervlakken.

14. Van een driehoek zijn de zijden 14, 15 en 13 cM. Bereken den straal van den ingeschreven cirkel.

15. Om een rechthoek, lang 8 cM, heeft men een cirkel beschreven. Als de straal van dien cirkel 5 cM. is, hoe groot is dan die rechthoek?

XIX. OPPERVLAK EN OMTREK VAN DEN CIRKEL.

1. Van een cirkel is de straal 1,4 cM. Bereken het oppervlak.

2. Van een cirkel is het oppervlak 308 cM-'. Bereken den straal.

3. Als de straal van een cirkel 3,5 cM is, hoe lang is dan een boog van 45°.

4. Hoeveel graden bevat een boog, die even lang is als de straal van den cirkel.

5. Van twee cirkels zijn de stralen a en b cM. Hoe verhouden zich hun oppervlakken?

6. Van twee cirkels verhouden zich de oppervlakken als 3,6 : 4,9. Hoe verhouden zich hun stralen?

7. Van twee concentrische cirkels zijn de stralen 7 en 14 cM.