Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de loodrechte hoogte 15 cM. Bereken den inhoud en de oppervlakte.

4. Van een kegel is de schuine hoogte 1,3 dM en de straal van 't grondvlak 5 cM. Bereken den inhoud en de oppervlakte.

5. Van een kegel is de schuine hoogte 13 cM en de loodrechte hoogte 12 cM. Bereken den inhoud en de oppervlakte.

6. Waarom is de kegelmantel grooter dan het grondvlak des kegels ?

7. Een rechthoekigen driehoek, waarvan de rechthoekszijden

6 en 8 cM zijn, laat men wentelen om de hypotenusa. Bereken den inhoud en de oppervlakte van het ontstane omwentelingslichaam.

8. Een ruit, waarvan de diagonalen 12 en 16 cM zijn, laat men om beide diagonalen wentelen. Hoe verhouden zich de inhouden van de ontstane omwentelingslichamen?

9. Een parallelogram, waarvan de zijden 12 en 8 cM zijn en de hoogte 6 cM is, laat men wentelen om de langste zijde. Bereken den inhoud en de oppervlakte van het ontstane omwentelingslichaam.

10. Teeken het netwerk van een afgeknotten kegel.

11. Van een afgeknotten kegel is de schuine hoogte 12 cM, de straal van 't grondvlak 7 cM en die van 't bovenvlak 31,, cM. Bereken den inhoud en de oppervlakte.

12. Van een afgeknotten kegel is de hoogte 12 cM, de straal van 't grondvlak 8 cM en die van 't bovenvlak 3 cM. Bereken den inhoud en de oppervlakte.

13. Hoeveel Liter water kan een emmer bevatten, die boven

7 en onder 3i/2 dM wijd is, terwijl de diepte 5 dM bedraagt?

DE BOL.

1. Waarom noemt men den bol een omwentelingslichaam?

Sluiten