is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog van Sonnema en 't liefde-instinkt der moeder, wisten dat 't haar koud liet.

Toch hadden ze Rinske zeer lief, want zij was hun eigen vleesch en bloed in dubbelen zin: een echte dochter van het Friesland waarop ze roem droegen en welks stoere deugden naast zijn gebreken meer door hen in eigen boezem werden gekweekt dan hun „geestelijke mensch" weten wou.

En nu was Sonnema met Rinske achtergebleven — de vrouw die mogelijk nog dat karakter zachtkens had kunnen leiden naar het pad der gerechtigheid, lag in 't graf. Hij gevoelde het, niets restte hem dan God te smeeken dat Zijn genade lichten mocht o\er 't harte van zijn kind, om het te voeren naar de schaapskooi der verkorenen. Had hij maar met haar durven spreken, handigheid genoeg bezeten die teere plek te raken zonder kwetsing! De strenge Calvinist wist niet hoe het aan te vatten. Nog nooit immers was een woord van verzet uit haar mond gehoord, nog nooit had ze beslist geweigerd naar de kerk te gaan, al merkte hij telkens dat zij gelegenheid tot thuis-blijven zocht en in het bedehuis slechts luisterde uit welwillendheid voor hem. Ze stonden beiden op liet doode punt eener geslotenheid, te trotsch om de eerste te zijn, te verlegen de eerste te kunnen worden.

Den volgenden morgen na 't ontbijt vertrokken de jonge Sonnema en zijn vrouw in gezelschap van vader en zuster, 't Was een uur loopen naar 't station,