is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zal mijn leeftijd wel duren," liet hij flauw-glimlachend volgen. „Maar dat grieft me niet het meest. Wat me zeer doet is . .

Een rijtuig dat juist hen scheidde, deed hem niet verder gaan.

„Wat ergert u, vader?" vroeg Sjoerd deelnemend, toen hij weer, vol bespat, naast den ouden heer heenliep.

„Och — 't is niets — niets."

„Ja, er is wel iets. Kom, vertel 't me maar."

Dominee Sonnema zweeg en Sjoerd drong niet langer.

„Rinske was ook niet aan de bediening," zei hij na een paar seconden, „ze wou liever bij moeder blijven, hoewel die er sterk op aandrong en volhield dat Gepke best een paar uur voor haar zorgen kon."

„Dat was ook zoo."

„Ja, dat meende ik ook." Hij schudde de asch van z'n sigaar en keek star voor zich uit naar z'n dochter, als was hij bang dat ze zou kunnen hooren wat hij verder zeggen wou. Hij vertraagde zijn stap.

„M'n vrees wordt meer en meer gerechtvaardigd, Sjoerd. Ik vermoed dat Rinske — een ongeloovige is."

„Wat heeft ze ook uit logeeren te gaan bij lui als die Galema's — woeste modernen!"

Sonnema schudde 't hoofd. Rinske is niet modern — erger, Sjoerd, erger; ze is beslist ongeloovig. O, jongen — het doet me zoo'n pijn. Stel je in m'n plaats. Toen half Friesland nog „Groningsch" was, m'n eerst gemeente ook, preekte ik al den vollen raad