is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods in Christus; het rijke evangelie gelijk dat z'n uitdrukking heeft gevonden in onze confessie. Dat gaf me een strijd! Bij drommen liepen ze de kerk uit, slaande met de deuren. Al de onhebbelijkheden die ze tegenwoordig verwijten aan de orthodoxen vond ik toen bij de liberalen van den ouden dag. Ik werd in Wandum en later hier in Langwirden verguisd en uitgescholden. Maar ik hield vol. Nooit heb ik om menschengunst gebedeld, nooit weerhaan gespeeld. En nu — 't goede zaad heeft vruchten gedragen, hier en in m'n eerste standplaats. Die gemeenten evenals zoovelen van Friesland zijn om. En m'n kind, m'n Rinske! Je kent me — begrijp je hoe ik er onder lijd?"

„Ze kan zich nog bekeeren."

„O ja, de trekkende genade Gods is machtig. Maar daar is een verharding . . .!"

„Heeft Rinske wel ooit geloofd, werkelijk geloofd? Waarom heeft u 't haar niet eens gevraagd?"

Sonnema bleef 't antwoord schuldig. Zijn zoon had de teere plek geraakt. Honderd maal had hij 't immers willen doen, en geen moed er toe bezeten. De man die de waarheid hoog hield, evenals z'n verdoold kind, deinsde voor haar terug nu ze dreigde met een harde werkelijkheid.

„Het moet gauw tot een beslissing komen," mompelde hij voor zich heen. „Wanneer ik maar eerst kracht heb om ook dat leed te dragen — bijna nog schrikkelijker dan het andere. Je moeder is gestorven in 't geloof aan haar Borg, en zie, zij is niet gestorven