is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Ze hingen aan z'n arm, Betsy en Truida, en huppelden voort onder druk gebabbel en eindeloos gevraag. Wat waren ze blij dat Fred eens een paar dagen eruit gebroken had!

Hij danste haast mee, zoo vroolijk was-ie, en de menschen die met hem te Naasdam waren afgestapt en 't drietal op den stationsweg voorbijgingen, lachten eens of groetten met een oog-kneep die zeggen wou: „we begrijpen er alles van." Zes lange maanden hadden ze hem niet gezien, al den tijd dat hij te Ralingawier dokter was geweest. Van logeeren daar toch kwam niet in zoolang Fred geen eigen huis bewoonde en hij niet intiemer was geworden met de heele en halve notabelen van 't dorp. En dat laatste wou nog maar niet lukken.

't Waren een paar aardige meisjes die Betsy en Truida Smitz, frisch van kleur, deerns van melk en bloed, met een Noordhollandsch zangetje in haar spraak, dat vermakelijk was om te hooren als 't niet te lang duurde. Haar leven was een en al pret en 't