Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bent tegenwoordig ook een heel heer; piek, piek fijn, hoor!"

„Ja, ja," lachte de chef in hope van 't huis Smitz, die een hei-grijs pak droeg, met een rooie das, opgehangen aan een hoogen boord met ezelsooren, „ja, ja fin de siècle, fin de siècle!" en z'n lach daverde door de kamer, goedig, dom, proleetig-

In een amerij zaten ze aan de volle koffietafel, met gezonde gretigheid toetastend. Mama keek nu eens glunder om zich heen en dan weer naar haar oudste.

Wat had ze op z'n brieven gevlast en hoe teleurgesteld was ze wanneer hij eens een enkel maal in zes dagen niets hooren liet!

Van Ralingawier wist de familie zoo wat alles. Haarfijn had hij ze langzamerhand verteld hoe 't dorp er uit zag en hoe hij de menschen vond, en hoe „fijn" ze er waren; terwijl ze het dikwijls hadden uitgeproest van 't lachen wanneer hij hun een komiek reIfias deed omtrent de potsierlijke vechterijen tusschen svnodalen en doleerenden. Och, die Fred kon zoo gezellig met je op 't papier babbelen! Maar van één ding wisten ze niet zooveel als ze wouen weten. Ze wisten nog volstrekt niet hoe 't nu eigenlijk met z'n praktijk stond. Hij had wel geschreven dat die praktijk hem niet toeliet eens over te komen, maar dat zei niets. Beteekende het dat hij 't zoo druk had, of dat hij op wacht moest liggen?

„En hoe staat t nu toch met de praktijk, Fred''"

Sluiten