is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Aardig — aardig is 't woord niet," antwoordde hij met een lichten blos. „Ze heeft iets aantrekkelijks waardoor? ja dat weet ik eigenlijk niet. Geëmancipeerd kan je 't niet noemen, maar ze heeft iets . . . iets zelfstandigs dat totaal spontaan is. Len type \ an een cordaat Friesch meisje.

„Mooi?" vroeg Jan met een vetten lach.

„Ja mooi. — Heb je ook een sigaar voor me?"

„Asjeblieft — anneme." Jan danste weg in een kellner-loopje, kreeg een kistje dat hij hem doorzv iepend onder z'n neus duwde, en stak toen schuttel ig een lucifer af. Alles uit geestigheid.

„Komt, jongens, nou naar de voorkamer, dan kan ik hier rustig den kofiie-boel omwasschen, zei moeder goedig.

In die voorkamer werd over Ralingawier niet langer gesproken, het zes maanden ontbeerde Naasdam kreeg de beurt. Fred won berichten over familie en vrienden, die hij graag had willen bezoeken als hij niet den volgenden dag weg had moeten gaan: zelfs bij zoo'n magere praktijk dorst hij maar kort \ an huis.

Ze brachten den dag verder genoeglijk door. Eerst een kuiertje met Jan, gelardeerd door knikken en handdrukken van lui die ze tegenkwamen, 's middags aan tafel een luxueus diné besproeid van Cantemerle en een flesch Champagne, en tot besluit een gezellige avond onder een niet al te lang gerekt en te ernstig opgevat Whistje.

Dokter Smitz vergat de wolk van de koffie-tafel voor